"Wees lief, dan is de wereld ook lief voor jou": het verhaal van Selin.
Selin is 22, woont op zichzelf met haar twee katjes, en praat rustig en met humor over een periode die alles behalve rustig was. Ze heeft al van jongs af aan met hulpverlening te maken gehad: een instelling in Venlo, terug naar huis, school die niet meer lukte, en uiteindelijk twee jaar waarin ze bijna alleen nog maar in bed lag. Na die lange rits aan stappen kwam ze, via de rechtbank, terecht bij de Hondsberg, de plek waar volgens haar alles anders begon te lopen.
Een jeugd vol vragen
Al vanaf haar achtste had Selin te maken met hulpverlening, en de jaren die volgden waren vooral jaren van zoeken, zonder dat er ooit echt grip kwam op wat er precies speelde. "Ze hebben jaren onderzocht wat er met me aan de hand was," vertelt ze. "Ik denk dat ik zowat elk soort diagnose heb gehad die er bestaat." Haar moeder bleef ervoor vechten dat ze de juiste hulp zou krijgen, en uiteindelijk was het de rechtbank die besliste dat ze bij de Hondsberg terecht moest komen, een plek die precies is ingericht om goed uit te zoeken wat een kind nodig heeft.
Selin was op dat moment vijftien, bijna zestien. En ze was, in haar eigen woorden, vooral heel erg boos op de wereld.
"Ik vertrouwde niemand"
De eerste tijd op de groep was ze stil, angstig en op haar hoede. "Ik zat eigenlijk alleen maar boven op mijn kamer," herinnert ze zich. Ze had geen behoefte aan sociaal contact, en dat was niet zomaar verlegenheid: ze vertrouwde simpelweg niemand, en geloofde er ook niet in dat vertrouwen an sich mogelijk was. "Ik hoefde niemand te zien, ik haatte iedereen, ik vond niemand leuk en ik vertrouwde niemand," zegt ze over die periode.
Aansluiting bij de andere kinderen op de groep kwam er later wel, maar op een andere manier dan ze bij leeftijdsgenoten of begeleiding zou hebben gevonden. De meeste kinderen op haar groep waren namelijk een stuk jonger. Door alles wat ze had meegemaakt voelde Selin zich in haar hoofd al ouder dan haar leeftijd, ze kon dus wel contact maken met de jongere kinderen, maar niet het soort gesprek voeren dat ze nodig had. Dat vond ze vooral bij de begeleiding: mensen met wie ze wel echt kon praten, op haar eigen niveau.
Selin is er zelf ook eerlijk over hoe ze destijds was. Terugkijkend noemt ze zichzelf "vreselijk" en "niet aardig", een pittige, opstandige tiener die het de mensen om haar heen bepaald niet makkelijk maakte. Ze had geregeld haar momenten waarop het escaleerde. Juist dat maakt haar waardering voor de begeleiders des te groter: "Het geduld dat ze met mij hebben gehad, dat is echt niet normaal."
En daar veranderde iets. Langzaam, met kleine stapjes, begon ze te merken dat een aantal mensen om haar heen het niet opgaven. "Ze keken echt dieper naar mij dan de rest," zegt ze. "Ze toonden gewoon interesse in mij als persoon." Geen haast, geen druk, maar tijd en ruimte om op haar eigen tempo een beetje vertrouwen op te bouwen.
Jordi, Karima en Sara
Drie namen komen keer op keer terug in haar verhaal: Jordi, Karima en Sara. "Dat waren mijn persoonlijke begeleiders," vertelt ze. Karima voelde bijna als een moederfiguur. Jordi had een andere, even belangrijke rol: Selin had moeite om mannen te vertrouwen, en juist hij bleef geduldig, luchtig waar het kon en serieus waar het moest, tot dat wantrouwen langzaam wegsmolt. "Door hem heb ik meer vertrouwen in mannen gekregen," zegt ze. Wat haar in hem vooral is bijgebleven, is die combinatie: hij kon flauwe grappen maken en de boel luchtig houden, maar net zo goed serieus worden zodra dat nodig was, en luisterde daarbij altijd oprecht. Sommige van haar mooiste herinneringen zijn juist de simpelste: een avondwandeling met de begeleiding om de dag rustig af te sluiten, gewoon een beetje kletsen onderweg.
Met Sara verliep dat vertrouwen in het begin juist moeizaam. Selin had aanvankelijk best wel moeite met haar, maar naarmate ze Sara beter leerde kennen, zag ze hoe graag die haar wilde helpen. Dat besef, dat er iemand was die zoveel moeite voor haar deed, deed haar goed. Ze bouwden een hechte band op, met veel goede gesprekken, en Sara hielp haar in het bijzonder met haar angsten. Het was Sara die haar het vertrouwen gaf, en dat laatste duwtje om in zichzelf te geloven en het gewoon te doen.
Wat haar het meest is bijgebleven, is niet één groot moment, maar een optelsom van kleine: iemand die echt luisterde, die er niet meteen mee zat als ze zich terugtrok, die haar de tijd gaf om zich weer gehoord te voelen voor ze verder konden praten. Pas door hen kon ze het eigenlijk voor het eerst aan: vertrouwen geven, durven, en merken dat dat vertrouwen niet werd geschaad. "Als zij mij dat vertrouwen niet hadden gegeven, was ik nu niet waar ik ben," zegt ze er zelf over.
Haar troon
Naast de zwaardere momenten vertelt Selin ook, met zichtbaar plezier, over de kleinere dingen die precies daarom zoveel voor haar betekenden. Zoals haar vaste stoel aan tafel, die niemand anders mocht gebruiken. "Ze noemden het mijn troon," lacht ze. Als een onwetende invalkracht er per ongeluk op ging zitten, hoefde ze zelf niets te zeggen: de andere kinderen op de groep wezen het al aan. "Dat was Selins stoel." Een klein gebaar, maar een teken van hoezeer ze zich daar, ondanks alles, gezien en gekend voelde.
Ook de dagelijkse dingen doen mee in haar herinnering: de stage die ze mocht lopen op een kinderdagverblijf en die ze stiekem heel leuk vond, de EMDR-sessies bij Veronique die ze afsloten met samen een ijsje halen toen het traject klaar was. Het zijn juist die kleine, alledaagse momenten die maken dat ze met warmte terugkijkt op een periode die begon in wantrouwen.
Ze vertelt ook uitgebreid en eerlijk over wat volgens haar minder goed werkte. Voor haar was dat vertrouwen, die band met een vast gezicht, de kern van alles. En precies dat maakte de inzet van tijdelijke invalkrachten lastig, mensen die de groep en de kinderen niet kenden, en er soms simpelweg om andere redenen zaten dan de kinderen zelf, uitzonderingen daargelaten. Zo'n band bouw je niet op in één dienst. Ze zag dat effect ook bij de andere kinderen op haar groep terug: onbekende gezichten die snel wisselden, maakten het net iets moeilijker om je veilig te voelen. "Dat hadden ze eigenlijk niet hoeven doen," vindt ze, al snapt ze ook dat het soms simpelweg nodig is om de bezetting rond te krijgen.
Ze is ook eerlijk over hoe ze fysieke interventies destijds ervoer, zoals vastgepakt worden of naar haar kamer worden gebracht als ze niet meewerkte. Ze snapt dat dat soms nodig is, zeker als een hele groep in verzet komt, en heeft daar diep respect voor de begeleiders die dat dagelijks moeten afwegen. "Ik zou dat zelf niet aankunnen." Tegelijk vertelt ze dat het voor haar als kind niet altijd zo voelde, en dat het dan eerder averechts leek te werken. "Ik had het gevoel dat het dan het vertrouwen weer kon breken," zegt ze erover.
Het einde van een hoofdstuk
Tegen het einde van haar tijd bij de Hondsberg was ze niet alleen klaar met haar onderzoekstraject, ze was ook klaar om verder te gaan. Haar EMDR-traject was afgerond, maar dat was niet het enige. Ze zat goed in haar vel, maakte weer contact met anderen, genoot van sociale dingen, en durfde weer naar buiten, zelfs tot buiten de poort, iets wat maanden eerder nog ondenkbaar was. "Ik was niet meer depressief. Ik was zelfs gelukkig op dat moment, zat goed in mijn vel," vertelt ze.
Het afscheid zelf viel haar zwaar. "Het voelde alsof je elke dag met je vader en moeder omgaat, en dan moet je ineens weg." Bij haar volgende stap, richting zelfstandigheid bij Koraal in Venlo, miste ze de vertrouwde gezichten enorm. Toch bleef ze daar doorwerken aan wat ze had opgebouwd, deels voor zichzelf, maar ook om aan haar oud-begeleiders te laten zien dat ze het kon, dat ze zelf verder kon met wat zij samen hadden opgebouwd. Het was precies daar dat ze de belangrijkste stap van allemaal zette: voor het eerst gaan werken, en simpelweg weer naar buiten durven. "Dat komt eigenlijk door hen," zegt ze over haar oud-begeleiders.
Dat de band niet zomaar stopte bij het afscheid, bleek ook daarna: Brit, Sara, Melissa en Karima kwamen haar in Venlo nog opzoeken, gewoon voor een praatje en een keer zelfs voor een gezellig avondje McDonald's. "Dat vond ik wel fijn," zegt ze er nuchter over, al voegt ze er meteen aan toe hoe lastig het toch weer was telkens als ze daarna weer vertrokken.
Waar ze nu staat
Vandaag leeft Selin zelfstandig. Ze heeft een goede band met haar ouders, iets wat vroeger allesbehalve vanzelfsprekend was. Ze heeft fijne vrienden, en na jaren wachten krijgt ze eindelijk weer therapie, waar ze hoop uit put. Ze durft inmiddels bijna alles, al blijven sommige dingen nog altijd spannend.
Over de toekomst wil ze niet te ver vooruitdenken, dat maakt het volgens haar alleen maar ingewikkeld. Liever gaat ze stap voor stap, en leeft ze vooral nu. Maar één droom durft ze wel uit te spreken: ze zou zelf graag in de zorg willen werken, met jongeren, als ervaringsdeskundige. Wie beter dan iemand die het zelf heeft meegemaakt, weet wat een klein gebaar van vertrouwen kan betekenen voor een kind dat nog niemand vertrouwt? Ze speelt zelfs met de gedachte om ooit nog eens een dagje mee te lopen op de groep waar ze zelf ooit zat, gewoon om te zien hoe het er nu aan toegaat.
Aan zichzelf van toen zou ze één ding willen meegeven: "Wees lief, dan is de wereld ook lief voor jou." Geen wijze les van een buitenstaander, maar iets dat ze zelf, stap voor stap, moest leren voelen.
Dit is het verhaal van Selin, verteld met haar eigen toestemming. Met dank aan haar, en aan de begeleiders die haar destijds datgene gaven waar het op aankwam: geduld, vertrouwen, en tijd.
